Begeleiding

Begeleiding van de studie- en beroepskeuze

Vanaf de derde klas krijgen de leerlingen advies en begeleiding van de schooldecanen.

Leerlingen en ouders kunnen een gesprek aanvragen met de desbetreffende decaan. Wij adviseren ouders en leerlingen een afspraak te maken.

Berg, B. van den
BER
Scheikunde
Decaan VWO
Betacoördinator
Spierings, M.
SPI
Decaan havo
M&O

Individuele afspraak

Als leerlingen ondanks of misschien juist door alle informatie niet weten wat zij moeten kiezen, kan een individueel gesprek met een schooldecaan uitkomst bieden. Systematisch worden alle mogelijkheden bekeken en besproken om tot een keuze te komen.

Leerlingen kunnen eveneens bij de decanen terecht voor zaken als tegemoetkoming studiekosten, aanvraag basisbeurs, huisvesting en verandering van schooltype. Leerlingen uit havo 4 en vwo 5 kunnen deelnemen aan het aansluitingsproject voortgezet onderwijs – hoger onderwijs.

Schoolloopbaanadvies – SLA

In het derde leerjaar krijgen de leerlingen een Schoolloopbaanadvies (SLA). In dat jaar moeten ze uit vier profielen ook het profiel kiezen waarmee ze het volgende cursusjaar zullen starten.

In de periode tussen de herfst- en voorjaarsvakantie krijgen de derdeklassers zes keuzebegeleidingslessen. Daarin wordt duidelijk gemaakt met welke factoren ze rekening moeten houden bij het kiezen van het profiel en maken ze kennis met het beroepenland. Alle beroepen zijn in sectoren ingedeeld, zodat er alvast in grote lijnen een beroepskeuze kan worden gemaakt naar aanleiding van een beroepeninteressetest. De bevindingen worden toegevoegd aan het SLA.

Studievoorlichting

Er is een jaarlijkse studievoorlichtingsbijeenkomst voor de regio Amsterdam. Voorlichters van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en die van de Universiteiten geven daar informatie over hun opleidingen. Leerlingen uit de vierde, vijfde en zesde klas kunnen zich opgeven voor herfstvakantiecursussen bij bedrijven en voor open dagen van mbo’s, hbo’s en universiteiten.

Studiewijzer

Om de leerlingen een goed beeld te geven van wat er wekelijks van hen verwacht wordt, maakt iedere sectie een studiewijzer. Deze wordt gepubliceerd op de ELO (elektronische leeromgeving). Op deze wijze weet iedere leerling wat wanneer en op welke wijze van hem verwacht wordt, waardoor er inderdaad sprake kan zijn van begeleid, actief en zelfstandig leren.

Loopbaanoriëntatie

Een vast programmapunt in het voorlaatste jaar van het havo en het vwo is de loopbaanoriëntatie (LOB). Hierbij staan twee zaken centraal: het leren door doen (ervaringsleren) en het leren via een thema (arbeid). De leerlingen werken in het kader van dit project een week in een bedrijf. Ze leren daardoor wat het betekent werknemer te zijn in een bedrijf of organisatie waar – met het oog op toekomstige studie of beroep – hun belangstelling naar uitgaat. Deze week blijkt een flinke impuls te geven aan de oriëntatie op studierichting en beroep.

Beroepenvoorlichtingsavond

De school organiseert een beroepenvoorlichtingsavond, waarbij onze leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar kunnen spreken met een beroepsbeoefenaar van hun keuze.

Speciale leerlingenbegeleiding

Leerlingen die persoonlijke problemen willen bespreken, kunnen terecht bij hun mentor of een leraar in wie ze vertrouwen stellen. In speciale gevallen kunnen leerlingen via de leerjaarcoördinator in gesprek met onze speciale leerlingenbegeleider, mw. E. van Wissen (zorgcoördinator). Deze heeft geregeld overleg met externe deskundigen als schoolarts en verpleegkundige, een medewerker Bureau Jeugdzorg en de leerplichtambtenaar.  Deze hulp- en adviesverleners komen bovendien regelmatig naar school waar ze voor de leerlingen beschikbaar zijn. Hun namen en adressen staan vermeld in de adreslijst achter in deze gids.

Schoolartsendienst/Jeugdgezondheidszorg

  • Mevrouw N. van Dijk, schoolarts
  • Mevrouw M. Heemskerk, schoolverpleegkundige
  • Mevrouw F. Snijders, assistente schoolgezondheidszorg

Adres: H. de Keijserstraat 14, 1073 TH Amsterdam, tel. 020-5555719

Vertrouwenspersonen

Mevrouw M. Hoogesteijn is de counselor van het HLZ, tot wie leerlingen of ouders zich kunnen wenden als de weg naar formele begeleiding niet nodig of (nog) onduidelijk is.

Hoogesteijn, M.
HGS
Coördinator havo
Vertrouwenspersoon
Godsdienst
Voor meer informatie en eventuele aanvragen voor extra begeleiding kunt u een e-mail sturen naar dkr@hlz.nl

Leerondersteuning – Remedial Teaching

Het opsporen van achterstanden in de brugklas

Er zijn leerlingen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, terwijl hun intelligentie hoog genoeg is om het onderwijs op vwo- of havoniveau te kunnen volgen. Soms is op de basisschool al geconstateerd dat bij een leerling sprake is van dyslexie of dyscalculie; voor beide is het aannemelijk dat de betreffende leerling extra tijd en energie in de talen en talige vakken (in het geval van dyslexie), of de exacte vakken (in het geval van dyscalculie) zal moeten steken om mee te kunnen komen met de rest van de klas. In een enkel geval heeft een leerling zichzelf al strategieën aangeleerd, waardoor de problemen zich helemaal niet of pas op het voortgezet onderwijs openbaren.

Op het HLZ wordt daarom bij aanvang van het eerste leerjaar een aantal signaleringstoetsen afgenomen, bestaande uit 7 taaltoetsen (5 Nederlandse en 2 Engelse toetsen) en 2 rekentoetsen. Door middel van deze toetsen proberen we te achterhalen wat het taal- en rekenniveau van de leerling aan het begin van de middelbare schoolperiode is. Ook aan het einde van het jaar wordt er nog een aantal signaleringstoetsen afgenomen; zo houden wij zicht op de voortgang van de getoetste vaardigheden.

Iedere ouder krijgt na afloop van beide signaleringsrondes een brief thuisgestuurd, met daarin de uitslag van de toetsen vermeld. Ook zullen adviezen worden gegeven over een mogelijke vervolgstap, mocht een uitslag – of mochten meerdere uitslagen – tegenvallen.

Individuele leerlingen die bij de eerste signaleringsronde grote uitval vertonen en/of opvallen door hun slechte resultaten in de klas, zullen na de herfstvakantie worden opgeroepen voor een aantal individuele vervolgtoetsen, waarbij wordt gekeken naar eventuele, eerder verborgen gebleven, aanwezigheid van dyslexie of dyscalculie. Als het resultaat van de vervolgtoetsen onvoldoende is, zal de desbetreffende leerling worden aangeraden om zich aan te melden voor verdere diagnostiek door een externe deskundige. Uiteraard worden de ouders hierover uitvoerig geïnformeerd.

 Wie komen in aanmerking voor leerondersteuning?

Leerlingen van wie een kopie van de officiële verklaring m.b.t. hun (leer) handicap bij de leerjaarcoördinator is afgegeven, kunnen in aanmerking komen voor een aantal ondersteunende maatregelen. Deze maatregelen zijn bedoeld om leerlingen zo goed en zo lang mogelijk te laten deelnemen aan het reguliere lesprogramma. Voor welke ondersteunende maatregelen een leerling in aanmerking komt, hangt af van zijn/haar problematiek. Voor het overige worden zij net zo behandeld en beoordeeld als andere leerlingen. Het HLZ biedt ook de mogelijkheid extra begeleiding en remedial teaching aan te vragen. Uitgebreidere programma’s dan de standaardvoorzieningen komen voor rekening van de ouder(s).

De rol van de mentor en ouders bij huiswerkbegeleiding binnen school

De mentor beschikt over de kennis en vaardigheden om leerlingen te leren leren, te leren organiseren (agendagebruik, hoofd- en bijzaken etc.) en te leren plannen (omgaan met studielast). Hij/zij besteedt tijdens de mentorlessen aandacht aan deze vaardigheden, geeft feedback en houdt ouders op de hoogte van de voortgang tijdens de tienminutengesprekken.

De school stelt ouders op twee manieren in staat om zelf de voortgang van hun kind te monitoren zodat niemand voor verrassingen komt te staan:

  • We organiseren betrokkenheid en participatie: ouders kunnen “huiswerkdiscipline” d.m.v. het digitale leerlingvolgsysteem (LVS) Magister voor hun zoon/dochter zien (HV = huiswerk niet of onvoldoende gemaakt/geleerd of bijvoorbeeld BV = boeken of ander materiaal voor de les vergeten)
  • We voorzien ouders van informatie die nodig is voor “thuiscontrole”: ouders kunnen middels hun inlogcode in de elektronische leeromgeving (ELO) het (huis)werk terugvinden.

Voor meer informatie en eventuele aanvragen voor extra begeleiding kunt u een e-mail sturen naar dkr@hlz.nl

De slaag- en zakregeling voor HAVO 5 en VWO 6

De slaag-/zakregeling is vastgelegd in artikel 45 van het Eindexamenbesluit. In de vernieuwde Tweede Fase hebben de vakken uit het profieldeel geen aparte positie meer in de slaag-/zakregeling. Bovendien geldt er een compensatieregeling.

De slaag-/zakregeling houdt onder meer in dat

  • het rekenkundig gemiddelde van de cijfers voor het Centraal Schriftelijk Examen minimaal een voldoende (5.50) is en
  • er maximaal 1x 5 als eindcijfer (gemiddelde SE en CSE) is behaald voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde en
  • er 1x 5 is behaald en voor overige vakken 6 of hoger, of
  • er 1x 4, of 2x 5, of 1x 5 én 1x 4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste een 6.0 is.

De rekentoets moet voldoen aan de wet- en regelgeving.

Een havo-leerling heeft acht cijfers die meewegen in de slaag/zakregeling: voor Nederlands, Engels, vier profielvakken, één vak in het vrije deel en een combinatiecijfer. Het gemiddeld cijfer van het CSE moet voldoende zijn.

Een vwo-leerling heeft negen cijfers; dezelfde vakken als hierboven zijn genoemd en een tweede moderne vreemde taal.

Deze acht – respectievelijk negen – cijfers bepalen of de leerling is geslaagd of gezakt. Het gemiddeld cijfer van het CSE moet voldoende zijn.

Een bijzondere bepaling regelt de rol van een extra vak. Artikel 48 lid 3 in het Eindexamenbesluit bepaalt dat een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag worden betrokken, indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen.

De overgebleven vakken dienen wel een eindexamen te vormen. De wetgever heeft hiermee willen regelen dat een leerling het diploma niet mag worden onthouden op grond van extra leerstof als de leerling voor het overige (een volledig eindexamen) wél aan de eisen heeft voldaan.

Artikel 48 lid 3 voorkomt dus dat een leerling zakt als gevolg van het resultaat behaald bij een extra vak. In de vernieuwde Tweede Fase is hierop één nadere bepaling. Vanaf het moment dat de eindcijfers zijn vastgesteld (ook de eindcijfers voor de onderdelen van het combinatiecijfer, zie examenreglement op de website) en aan de IB-Groep in BRON zijn aangeleverd, kunnen deze gegevens niet meer worden gewijzigd. Eindcijfers van bijvoorbeeld godsdienst kunnen dus niet achteraf worden “ingetrokken”, ook al zijn het eigenlijk extra vakken.

Overigens, ook als een vak niet betrokken wordt bij de uitslag, wordt dat vak wel vermeld op de cijferlijst. Tenzij de leerling daar bedenkingen tegen heeft geuit (artikel 52 lid 3 van het Eindexamenbesluit).

Het combinatiecijfer maakt compensatie mogelijk in de slaag-/ zakregeling van de Vernieuwde Tweede Fase. Het combinatiecijfer is het rekenkundig gemiddelde van de ‘kleine vakken/onderdelen’ die met een cijfer op de cijferlijst staan.

  1. Het combinatiecijfer bestaat uit godsdienst, maatschappijleer en het profielwerkstuk. De cijfers hiervoor worden apart vermeld op de cijferlijst. NB: Vanaf dit schooljaar telt ckv ook mee op de havo. Vanaf 2020 zal dit ook op het vwo meetellen.
  2. Elk vak telt even zwaar mee
  3. Geen van de onderdelen mag lager zijn dan een 4
  4. Het combinatiecijfer is het afgeronde cijfer volgens de Eindexamenregeling, i.e. 6,49 wordt een 6,0).

Tussentoetsen missen in de bovenbouw

Wanneer een leerling een toets mist door geoorloofde absentie wordt er van de leerling verwacht dat hij/zij het volgende in orde maakt:

  1. In Magister wordt de code INH geregistreerd.
  2. Je hebt nu toestemming nodig van de leerjaarcoördinator om de toets in te halen.
  3. Je maakt een afspraak met de docent om de toets in te halen. De toets moet ingehaald zijn voor de periode (waarin je je toets hebt gemist) is afgerond.
  4. Als dit niet lukt wordt er een inhaalmoment georganiseerd in de laatste week voor de toetsweek.
  5. Als je de tussentoets dan opnieuw mist, is er geen inhaal meer mogelijk en volgt er een 1.0.

De leerling kan in principe geen geplande toetsen missen door een bezoek aan dokter, tandarts, orthodontist en dergelijke. Mocht het toch gebeuren dat een leerling een toets mist door zo’n bezoek, dan melden de ouders de reden en maakt de leerling uiterlijk de dag van de toets zelf een afspraak met de docent om de toets alsnog te maken.