Jaarovergangen

Rapportage onderbouw

Per jaar verschijnen drie cijferrapporten, die een overzicht geven van de resultaten van het trimester. Het rapportcijfer wordt door de leraar vastgesteld op grond van repetities, proefwerken, schriftelijke en mondelinge overhoringen, werkstukken, spreekbeurten en dergelijke. De weging van de diverse onderdelen staat omschreven in het PTO (Programma Toetsing Onderbouw). De leerling wordt van de weging aan het begin van de cursus op de hoogte gesteld. Ook bevat onze rapportage informatie over leerhouding. Het gaat om houding, inzet en taakgerichtheid. Een rapport waarop cijfers ten onrechte ontbreken, is niet rechtsgeldig.

Rapportage bovenbouw

Er zijn gedurende het leerjaar vier toetsperioden waarin leerlingen toetsen en/of praktische opdrachten afleggen. Vaardigheidsopdrachten kunnen altijd tussentijds gegeven worden.

De resultaten van alle toetsen, praktische opdrachten e.d. bepalen het eindcijfer. De zogenaamde handelingsdelen moeten altijd zijn afgerond met de  beoordeling ‘naar behoren’.

Overgangsnormen

Overgangsnormen vanuit het eerste leerjaar

De bevorderingsnorm van 1 vwo

In principe worden de leerlingen van 1 vwo bevorderd naar klas 2 vwo. Er zijn echter wel voorwaarden om naar 2 vwo bevorderd te kunnen worden. Als een leerling niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt hij in principe geplaatst in 2 havo.

Bij de overgang wordt gekeken naar alle gevolgde vakken behalve LO en muziek.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 vwo indien:

  • hij maximaal 3 tekortpunten heeft
  • maximaal 1 tekortpunt in de kernvakken (Nederlands, Engels, wiskunde)
  • hij een gemiddelde heeft van een afgeronde 6,0 of hoger (afgeronde cijfers volgens de eindexamenregeling, i.e. 5,49 wordt een 5,0).

Voldoet een leerling in 1 vwo niet aan de overgangsnorm dan stroomt hij in principe door naar leerjaar 2 op een niveau lager (in dit geval dus 2 havo). Bij 9 of meer tekortpunten op de eindlijst (afgeronde cijfers) geldt dit echter niet.

De bevorderingsnorm van 1 havo

Bij de overgang wordt gekeken naar alle gevolgde vakken behalve LO en muziek.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 havo indien:

  • hij maximaal 3 tekortpunten heeft
  • maximaal 1 tekortpunt in de kernvakken (Nederlands, Engels, wiskunde)
  • hij een gemiddelde heeft van een afgeronde 6,0 of hoger (afgeronde cijfers volgens de eindexamenregeling, i.e. 5,49 wordt een 5,0).

Voldoet een leerling in 1 havo niet aan de overgangsnorm, dan stroomt hij in principe door naar leerjaar 2 op een niveau lager (in dit geval dus 2 vmbo-t). Bij 9 of meer tekortpunten op de eindlijst (afgeronde cijfers) geldt dit echter niet.

De bevorderingsnorm van 1 h/v

Het doel van 1 h/v is om leerlingen kansen te geven naar boven te kijken (vwo), zonder dat de lat meteen te hoog wordt gelegd. We geven dit vorm door bij de start alle leerlingen vwo-niveau les te geven en te beoordelen op havo-niveau. Gedurende het jaar wordt door de docenten bekeken welke leerlingen voor hun vak op vwo-niveau beoordeeld kunnen worden.

Het tweede rapport (rond mei) is een belangrijk moment. Op basis van dit rapport geven de docenten een advies en kiest de leerling of hij/zij de laatste periode alle vakken op havo of vwo-niveau wordt beoordeeld. Bij de eindvergadering geldt de overgangsnormering van het niveau waarop de leerling is getoetst. Zie overgangsnormering 1h en 1v.

Tekst van het artikel.

Overgangsnormen vanuit het tweede leerjaar

Leerjaar 2

Bij de overgang wordt gekeken naar alle gevolgde vakken behalve LO en muziek. Een leerling wordt bevorderd naar het derde leerjaar indien:

  • hij maximaal 3 tekortpunten heeft
  • maximaal 1 tekortpunt in de kernvakken (Nederlands, Engels, wiskunde)
  • hij een gemiddelde heeft van een afgeronde 6,0 of hoger (afgeronde cijfers volgens de eindexamenregeling, i.e. 5,49 wordt een 5,0).

Overgangsnormen vanuit het derde leerjaar

Leerjaar 3

Bij de overgang wordt gekeken naar alle gevolgde vakken behalve LO en muziek. Een leerling wordt bevorderd naar het 4eleerjaar indien:

  • hij maximaal 3 tekortpunten heeft
  • maximaal 1 tekortpunt in de kernvakken (Nederlands, Engels, wiskunde)
  • hij een gemiddelde heeft van een afgeronde 6,0 of hoger (afgeronde cijfers volgens de eindexamenregeling, i.e. 5,49 wordt een 5,0).

Overgangsnormen Universalis onderbouw

Universalis

In het concept van Universalis is verweven dat toetsen, en daarmee ook cijfers, een beperkte rol spelen. Het proces en de ontwikkeling van het kind en zijn/haar vaardigheden zijn minstens zo belangrijk. Er is dan ook geen overgangsnormering gebaseerd op gemiddelde, tekort- en of compensatiepunten. Het uitgangspunt is dat leerlingen binnen Universalis een grote intrinsieke motivatie voor leren hebben en in staat zijn eventuele hiaten weg te werken. Toch kan er een situatie ontstaan waarbij het met een leerling niet goed genoeg gaat om zomaar over te gaan. Wat dan?

Er wordt minimaal drie keer per jaar met alle docenten vergaderd over de voortgang van de leerlingen. Hier wordt naar harde (cijfers) en minder harde criteria (vaardigheden, ontwikkeling, motivatie) gekeken. Wanneer er reden tot zorg is, zal dit met ouders en leerlingen worden besproken en zal er een verbeterplan worden opgesteld. Mocht dit plan niet leiden tot de gewenste verbeteringen en er gerede zorg blijven, dan kan de eindvergadering besluiten dat voortgang binnen Universalis niet mogelijk is. Er zal dan ook een uitspraak worden gedaan over wat het juiste vervolg wel is. Deze uitspraak is bindend.

Overgangsnormen voor H4, V4 en V5

Overgangsregeling Bovenbouw (havo 4, vwo 4 en 5)

De overgangsregeling voor havo 4, vwo 4 en 5 is nagenoeg gelijk aan de slaag-/ zakregeling zoals die geldt voor de examenleerlingen. In de overgangsregeling tellen de vakken maatschappijleer, ckv en godsdienst niet mee.

  • Bij geen onvoldoenden of één 5 is de leerling bevorderd.
  • Een leerling met onvoldoenden 4, 5/5 of 5/4 kan naar het volgende leerjaar worden bevorderd, als:
  1. er maximaal één 5 voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde is behaald en
  2. voor de overige vakken een 6.0 of hoger is behaald en
  3. het gemiddelde tenminste een 6.0 oplevert.
  • In alle andere gevallen doubleert de leerling, tenzij de overgangsvergadering anders beslist.
  • Er wordt gerekend met afgeronde eindrapportcijfers (zonder decimalen volgens de eindexamenregeling, i.e. 5,49 wordt een 5.).
  • Aanvullende bepaling vwo 4: PTA-toetsen zijn in vwo 4 niet herkansbaar.

Voldoe je niet aan een van bovenstaande bepalingen, dan word je besproken. Voldoe je niet aan twee of drie van de bovenstaande bepalingen, dan doubleer je.

NB: Een leerling die niet bevorderd is en een voldoende heeft gehaald voor ckv kan in het volgende schooljaar vrijstelling vragen bij de afdelingsleider. Vanaf dit schooljaar is het vak ckv onderdeel van het combinatiecijfer. Voor uitleg zie ‘slaag-/zakregeling’.

Toetsperioden

Er zijn vier toetsperioden. Per periode heeft een leerling recht op een herkansing, mits deze herkansbaar is (zie PTA, Programma Toetsing & Afsluiting). Inhaalwerk krijgt geen herkansingsmogelijkheid. Een herkansing wordt éénmaal ingeroosterd. De mogelijkheid bestaat dat drie werken op één dag plaats vinden (tweemaal leerwerk, éénmaal vaardigheid). Na toetsperiode 4 is geen herkansing mogelijk. Herkansingen kennen specifieke voorwaarden (zie verder, PTA).

Doubleren

In het eerste leerjaar is het niet toegestaan te doubleren, verder is het niet mogelijk tweemaal binnen hetzelfde leerjaar te doubleren. Ook is het niet toegestaan een leerjaar over te doen als men in het vorige leerjaar is blijven zitten; slechts in uitzonderlijke gevallen wordt dit doubleren wel toegestaan als een andere schoolsoort wordt gekozen. Leerlingen die van andere scholen naar het HLZ overstappen (zij-instromers), hebben geen recht op doubleren in het jaar van binnenkomst.

Voorwaardelijke toelating

Bij voorwaardelijke toelating tot een klas van leerlingen die van een andere school komen, worden de ouders schriftelijk op de hoogte gebracht van de gestelde voorwaarden. Aan het eind van het eerste trimester na de toelating neemt de afdelingsleiding, na het advies van de docenten van de klas te hebben ingewonnen, de beslissing of de leerling in de klas kan blijven. Om onaangename verrassingen te vermijden, adviseren wij de ouders zelf ook geregeld contact met de klassenmentor te houden.

De Tweede Fase – leerjaren 4, 5 en 6

De leerlingen zijn in de eerste drie leerjaren van de onderbouw gestimuleerd zo actief en zelfstandig mogelijk met de leerstof om te gaan. De studievaardigheidslessen en de vaklessen sluiten op elkaar aan.

Actief en zelfstandig leren is een hoge doelstelling. In het onderwijsconcept van het HLZ ontvangen leerlingen een duidelijke begeleiding om hen op de weg naar deze doelstelling te stimuleren. We spreken op onze school van (be)geleide zelfstandigheid. Concreet betekent dit dat de studiebegeleiding zo is georganiseerd dat in het vierde leerjaar elke leerling is ingedeeld in een mentorgroep. De studiebegeleider/mentor spreekt zijn groep wekelijks, maar op initiatief van de leerling kan ook tussentijds worden afgesproken.

De Tweede Fase en het examen stellen hoge eisen aan de leerling. Gezien het drukke programma is de planningsvaardigheid erg belangrijk; de mentor ondersteunt en bewaakt – samen met de ouders – de voortgang.

Profielkeuze

Profielen

In de Tweede Fase heeft een leerling de keuze gemaakt uit vier profielen: Natuur en Gezondheid, Natuur en Techniek, Economie en Maatschappij en Cultuur en Maatschappij. Daarnaast volgen de leerlingen nog een reeks verplichte vakken en maken zij een keuze uit het zo geheten vrije deel. In het derde leerjaar ontvangen ouders en kind hierover uitgebreide voorlichting.

Advies bij profielkeuze en toestemming om een vak te kiezen

Om tot een goede profielkeuze te komen, wordt gekeken naar de behaalde cijfers gedurende het derde jaar. Daarnaast wordt getoetst of een leerling het betreffende vak aan kan in de bovenbouw. Met deze kennis wordt voor het einde van leerjaar 3 (rond maart) een studieadvies gegeven door de lesgevende docent. Leerlingen gaan hierover in gesprek met de mentor.

Profielbepalingen

Om de kans op slagen binnen een profiel te vergroten hebben wij twee bepalingen opgenomen:

  1. Een leerling mag wiskunde B in zijn pakket opnemen als hij voor het vak wiskunde minstens een 7,5 heeft behaald of een positief advies heeft gekregen van de lesgevende docent.
  2. Natuurkunde kan alleen in combinatie met wiskunde B gekozen worden. Met wiskunde B heb je het recht om natuurkunde te volgen, met wiskunde A heb je een positief advies nodig van je lesgevende docent.

Het vrije deel

Binnen het vrije deel komt ook een aantal door de school verplichte onderdelen voor. Die bestaan uit het plusdocument, loopbaanoriëntatie in vwo 5 en havo 4, de maatschappelijke stage in havo 3 en vwo 4, de studiereis havo 4 / vwo 5, de actieve deelneming aan de studiebegeleiding en het profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is de eindscriptie, een verplicht examenonderdeel (dat samen met ckv, maatschappijleer en godsdienst het combinatiecijfer vormt – zie slaag-/zakregeling).

Restricties opnemen extra vak

Omdat extra vakken veel extra druk op het rooster leggen, kunnen wij geen plaatsingsgarantie bieden. Waar mogelijk zoeken we naar maatwerkoplossingen.

Examenprogramma

PTA

Formeel begint het examenprogramma in het vierde leerjaar. Er zijn vakken die bepaalde onderdelen reeds als onderdeel van het examen toetsen of zelfs afronden in het vierde leerjaar.

Binnen het Programma van Toetsing en Afsluiting, het PTA, dat iedere leerling ontvangt, wordt beschreven welke onderdelen er in het leerjaar aan de orde komen, hoe zij worden getoetst, wat hun gewicht is voor de bepaling van het overgangscijfer en wat eventueel het gewicht is binnen het Schoolexamen. Om te slagen, moet voldaan worden aan de eisen van afsluiting van alle vakken. Rond 1 oktober publiceren we de PTA’s op onze website, www.hlz.nl.

Het eindexamen in de Tweede Fase

Het examen bestaat uit twee gedeelten: het schoolexamen (SE) en het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE). Het schoolexamen strekt zich uit over twee (voor havo), respectievelijk drie leerjaren (voor vwo). Het bevat een aantal nader omschreven, in de jaren gemaakte werken: het examendossier. De reglementen en procedures ten aanzien van het examen worden de leerlingen in vwo 6 en havo 5 voor 1 oktober ter beschikking gesteld.

Introdagen en projectweek havo 4 en vwo 5

Aan het begin van de cursus worden de leerlingen van het vierde leerjaar wegwijs gemaakt in de nieuwe opzet zoals deze hierboven is beschreven.

Omdat school niet enkel bestaat uit een examenprogramma, wordt in het voorjaar voor de gezamenlijke leerlingen van havo 4 en vwo 5 een studiereis naar het buitenland georganiseerd. Deze week geldt door zijn onderwijsinhoudelijke opzet als verrichte studielast.

Doorstroom en zij-instroom in de bovenbouw

Eisen voor instromers uit het mavo (vmbo-t)

Om toegelaten te kunnen worden is het noodzakelijk een afspraak te maken met de afdelingsleider van havo 4. Met ingang van 1 augustus 2019 geeft een vmbo-t diploma toegang tot het havo met als enige voorwaarde dat het vakkenpakket moet aansluiten op de vervolgopleiding. Dat laatste is ter beoordeling van de decaan, leerjaarcoördinator en de afdelingsleider.

Van HAVO 5 naar VWO 5

Met ingang van 1 augustus 2019 is het mogelijk van havo naar vwo door te stromen zolang het vakkenpakket aansluit op de vervolgopleiding. Dit is ter beoordeling van de decaan, leerjaarcoördinator en afdelingsleider. Men moet er wel rekening mee houden dat wiskunde op het vwo in elk profiel verplicht is. Bovendien is op het vwo naast Engels een andere moderne vreemde taal verplicht.